Marionet 1.
Gelet op de genenprints
en dat van de voorbijganger soevereign,
houvast vindend bovenwinds,
de lezer die boeken leent op mocassin.
Voor waarheid en moraliteit
in zalen die men ‘Vis’ noemt,
die man is dubbelgebeid,
voorlopig uitgezoomd.
De ramen hadden toen geen gordijnen,
ze wisten niet beter,
aan het raam had ik enkel jasmijnen
appartementenblokken voor Peter.
Eens aangekomen bij de kruishouten brug,
raakt mijn ruggengraat in touwen, recht ik mijn rug.
Marionet 2.
Een frisse strakke noordwestenwind
waait door de smidse; de bonte wilg,
beweegt, hortensia briest purperrood gezind
het lijkt wel pruimenpaars of gewillig.
Ik word geboden een miljoen in geld,
voor het zelf maken relatiebreuk lied van het jaar.
t’Is gebeurd terwijl een schubreptiel vervelt,
het legitiem maken van ongevaar.
Het edele dier met hoef springt over de reling,
zijn poel van fouten tegemoet,
Het edele dier met hoef springt overboord,
het laat de reling staan en kiest zijn eigen weg.
Het zoekt de poel van faut die eens zijn spiegel was,
en daalt met open oog in zelfgeschapen nat.
Men zegt dat verveling hem lang gekerkerd hield,
dat stilstand hem verkrampte in zijn eigen trots.
Nu draagt hij wijsheid uit als ware ’t een gewicht,
een mantel van berouw die los om schouders hangt.
Hij rekt zijn slanke hals en noemt zijn sprong een keus,
zo stapt hij weer in kring van eigen dooling rond.
Het edele dier met hoef verlieft zich in zijn valn,
en noemt de poel van faut zijn weg tot ware kracht.
wijzer geworden zegt men dat het vastzat uit verveling,
zoals hij zich ook zo gemaakt voordoet.
Noordwestenwind waait niet door de smidse en heg,
beweegt de bonte wilg wel een armlengte weg.
Marionet 3.
Waan hield me gevangen
zo vind je mijn eigen dapper, -de viefste,
daar ik niet sterk genoeg ben liefste,
hoe mijn tranen parelen over mijn wangen
belangen in kruiken en kannen
vaarwel vriendin, blijf voor mij, die naïefste
als ik in brand sta zul jij ook uit as bestaan; blijf voor mij, -de leepste
ik ben als een engel zo diep gevallen
als ik in brand sta zul jij ook uit as bestaan
ga nu maar, ik zal je wel tegenhouden
verachtend ben je mijn verdiende loon, het is zoals door de grond gaan
Karma keert terug in zevenvouden,
tot op mijn sterfdag is de profnar ontdaan,
ineens, liefsten, is ook die liefdesband over als aangetrouwde.
Marionet 4.
Op het einde van het tweespraak
schrijft Fausto mij een kattebelletje zon voor
merk ik het medisch secretariaat
waar de tijd aan de grond bevroor.
Nu weet hij dat ik houd van reizen,
klap mijn paraplu open, wandel ik tot bij mijn auto
hij kan navertellen over mijn leefwijze
bedenk ik, terwijl ik verkoeling vind in mijn airco.
Kroongetuigen verzameld om de gewichten; ik zeg: ik had een alibi,
hoe ik daar mee omga, zelden naar de reden
waarom intimi ook nood hadden aan meer privacy
hoe ik mijn verleden wantrouw, angsten doorstond, leef in het heden.
Met de eerste zonnestralen op mijn gelaat
heb ik zicht op de heuvel waar het Akropolis staat.
Marionet 5.
Jaloers word ik echt niet gauw
ik heb een jongen gekend
zijn gevoelens voor mij in die tijd, lauw
beelden staan in mijn geheugen gegrift, geënt.
Hij droomde voor zijn verjaardag van een ballonvaart
wens vervuld door zijn broer
‘moderne ontsnapping’, beloofd een terreinkaart,
veld Moselle, Elzas, –Lotharingen tour.
Waarschijnlijk reden ze er helemaal heen
naar een hoofdstad genaamd Metz
sinds ik het toch allemaal slechter meen
de jongen gebracht naar het land van z’s.
Ik heb de steek gevoeld tot in mijn milt,
zonder weerzien, is het mijn hart wat van de kou rilt.
Marionet 6.
Ben je –eenvoudig en herkenbaar plot,
mijn Vertrouwenspersoon, vliedend onder de kap der wijsheid,
bekijk je, knopen in touwen, lot,
ofschoon je babbelt over nalatigheid.
Nochtans jouw buiggespannen zusje,
verhip, er is geluisterd naar wat je zegt
het leven zelf verdraaid in een lusje
terwijl je mij er volledig doorheen hebt knecht.
Verloor ik een veelheid aan vrienden
kwam langs de pandabeer
geen behoefte aan uitgekiende
sociale leer.
Of gevestigde waarde
het is dus de panda die haar klus klaarde.
Rijmschema abab cdcd ef ef gg
Kathleen Neel Maenhout.
Shakespeareaanse sonnetten bij benadering, een gedichtencyclus, 6 Marionetten.
Brugge, 28 februari 2026.
Lettertype: Times New Roman